Ontwormen

Soorten wormen

  1. Rondwormen
    Bij de klasse van de rondwormen onderscheiden we vier soorten wormen die bij onze paarden vaak voorkomen en van belang zijn.
    • Grote strongyliden (Strongylus vulgaris)
      Alle paarden kunnen en worden regelmatig besmet. Mogelijke symptomen zijn sufheid, vermageren, dof haarkleed, koliek en eventueel diarree.
    • Bloedwormen of de kleine strongyliden (Cyathostominae)
      Bij een ernstige besmetting kunnen vermageren, koliek en diarree gezien worden.
    • Spoelwormen (Parascaris equorum)
      Deze komen voornamelijk bij jonge paarden voor en kunnen hoesten en koliek veroorzaken.
    • Veulenwormen (Stongyloides westeri)
      De larven worden via de merriemelk en door de huid opgenomen. Het veulen kan reeds na enkele dagen zelf eitjes uitscheiden en zichzelf herbesmetten. Mogelijke symptomen zijn koliek en diarree.
  2. Lintwormen (Anaplocephala perfoliata)
    Lintwormen leven ter hoogte van de overgang van de dunne naar de blinde darm van het paard. Daar kunnen ze enorm lang worden en eventueel de overgang blokkeren. Dit kan een zeer ernstige koliek veroorzaken.
  3. Aarswormen (Oxyuris equi)
    De aarsworm leeft in het laatste gedeelte van de darm van het paard. De wormen leggen hun eitjes rondom de anus. Deze veroorzaken jeuk en het paard zal zich beginnen schuren ter hoogte van zijn staart.
  4. Horzel
    De paardenhorzel is geen echte worm, maar wel een inwendige parasiet van het paard. Het is de larve van een vlieg (Gastrophilus spp) die voornamelijk tussen augustus en oktober last kan veroorzaken. Ze legt eitjes, welke we typisch ter hoogte van de manen en poten terugvinden. Deze worden opgelekt en vormen dan de larven die zich vasthechten in de maag en daar de winter overleven. Typisch is een verminderde eetlust en geeuwen.

Mestonderzoek

Elk paard heeft wormen. Bij een geringe besmetting leidt dit bijna nooit tot problemen. Bij een zware besmetting echter wordt de conditie en de gezondheid van het paard aangetast.
Bij ons op de praktijk kan u een meststaal laten onderzoeken. U kan gewoon de verse mest oprapen en koel te bewaren. Wij bieden u een snelle en kwalitatieve service hieromtrent.

Een parasitologisch mestonderzoek kan nuttig zijn om de

  • Grootste uitscheiders aan te tonen op de weide
  • Ontwormingskosten te besparen

Een mestonderzoek heeft helaas ook enkele beperkingen waardoor het niet steeds een indicator kan zijn voor een ontwormingsschema.

Management

Belangrijke maatregelen die in acht dienen genomen te worden om een wormbesmetting zoveel mogelijk in te perken zijn:

  • Mest verwijderen van weide (minimaal 1 keer per week)
  • Maaien van eerste gras (uitdrogen van larven)
  • Geen overbezetting
  • Leeftijdsgroepen apart
  • Nieuwe paarden ontwormen vooraleer op de weide
  • Alle paarden tegelijk en met zelfde product ontwormen
  • Voeder de paarden voldoende bij
  • Tracht weiden te roteren met schapen en runderen (verdunningseffect)

Ontwormen

Er zijn globaal zes soorten ontwormingsmiddelen in de handel. Overleg steeds met uw dierenarts welk middel voor uw paarden, naargelang het seizoen en in uw situatie het meest geschikt is.

  1. Benzimidazole-verbindingen
  2. Pyrantel
  3. Ivermectine
  4. Moxidectine
  5. Praziquantel
  6. Combinatiepreparaten
    • Moxidectine + Praziquantel
    • Ivermectine + Praziquantel

Praziquantel is het product bij uitstek tegen lintwormen. Er wordt aangeraden 1 à 2 keer per jaar te ontwormen tegen lintwormen, bij voorkeur in maart/april en september/oktober.

Veulens dienen veel intensiever ontwormd te worden. Het is in eerste plaats van uitermate belang dat de merrie tijdens de laatste maand van de dracht ontwormd werd. Het veulen dient op dag 10 ontwormd te worden en nadien om de maand. Om de maand dient het veulen ontwormd te worden met fenbendazole, in overleg met uw dierenarts.

Men dient speciaal aandacht te vestigen op moxidectine. Dit product mag nooit aan veulens onder de vier maanden gegeven worden, bij voorkeur nooit aan paarden onder 1 jaar.